Wie ben ik? Waarom dit werk? Interview

Wie ben ik?


Lia Charité

De scriptie Ik huil niet pappa, kijk maar, ik huil niet! Het verhaal over een kind dat via een pleeggezin, mijn gezin, zijn weg vindt in de jeugdhulpverlening. (pdf; totale bestandsgrootte ca 1.4 MByte) geeft een goed beeld van mij en mijn werkwijze.


Een kijkje in de werkkamer

Waarom ik dit werk ben gaan doen

Volgens een therapeutische richting, de transactionele analyse, schrijft ieder kind tijdens zijn jeugd een levensscript tot aan de volwassenheid. Tijdens de volwassenheid wordt dit script verder uitgewerkt en bijgesteld. In dit levensscript kan een kind bijvoorbeeld een beroepsrichting gaan beschrijven, zoals "ik wil brandweerman of verpleegkundige worden". Ik wilde graag in het onderwijs, in de verpleging of richting maatschappelijk werk (jeugdhulpverlening).

Het liep anders, want ik werd ambtenaar bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ik heb mij voornamelijk bezig gehouden met studie- en beroepskeuze, scholingsmaatregelen en arbeidsbemiddeling.

Rond mijn 30e jaar leerde ik mijn echtgenoot kennen en zijn wij na een poosje vanwege het werk van mijn echtgenoot van het westen naar het zuiden van Nederland verhuisd. Ik raakte hierdoor mijn baan kwijt. Ik kreeg twee kinderen en ben zelf voor de kinderen gaan zorgen.

Toen de kinderen naar de basisschool gingen ben ik gaan nadenken over een stuk toekomstperspectief voor mezelf. "Kies ik ervoor om weer te gaan werken of toch nog een studie te gaan volgen" waren de vragen die mij bezig hielden. Op het moment dat ik met een griepje op bed lag reikte mijn echtgenoot mij een aantal tijdschriften aan die hij tijdens het doen van de boodschappen voor mij had gekocht. Het klinkt misschien raar, maar op het moment dat ik in alle rust was en mijn hoofd er niet mee bezig was stond er in een van de tijdschriften een advertentie van de opleiding die ik ben gaan volgen: de SPSO, Stichting voor psychosociale opleidingen. Tegenwoordig draagt deze opleiding de naam: Academie voor integrale menswetenschappen, te Utrecht. Door deze opleiding zou ik een persoonlijke ontwikkeling kunnen gaan doormaken voor een verdere groei en ontwikkeling.

Ik ging, geheel onbewust, verder met mijn levensscript. Tijdens de opleiding bleek dat ik geschikt was voor het counsellingsvakgebied. Achteraf verbaasde mij dit niet, want ik deed dit al jaren in mijn omgeving. Ook op mijn vroegere werkplek werd mij vaker gezegd dat ik thuis hoorde in het maatschappelijk werk.

De reden dat ik gekozen heb voor een eigen praktijk is dat ik met de hulpverlening zelf bezig kan zijn.

Interview over het psychosociale vakgebied

Dit is een interview over mijn vakgebied gehouden door iemand die een opleiding voor verzorgende volgt. Het interview werd voorbereid door het electronisch opsturen van een vragenlijst en werd daarna telefonisch daadwerkelijk gehouden. Achteraf is deze tekst electronisch teruggestuurd naar de interviewer.

versie 2 d.d. 7 december 2006. versie om af te drukken

Inhoud

Vraag 1. Mag ik uw naam en site in mijn interview verwerken? Zo ja, wat zijn die dan?

Antwoord op vraag 1.
Ja, hier geef ik toestemming voor. Ik heet Lia Charite, ik woon in Notenboom 6, 5682 HZ te Best. Ik ben geboren in 1956 in Den Haag. Sinds 2005 heb ik een praktijk voor psychosociale therapie. www.liacharite.nl

Vraag 2. Kunt u vertellen waarom u dit werk bent gaan doen?

Antwoord op vraag 2.
Volgens een therapeutische richting, de transactionele analyse, schrijft ieder kind tijdens zijn jeugd een levensscript tot aan de volwassenheid. Tijdens de volwassenheid wordt dit script verder uitgewerkt en bijgesteld. In dit levensscript kan een kind bijvoorbeeld een beroepsrichting gaan beschrijven, zoals "ik wil brandweerman of verpleegkundige worden". Ik wilde graag in het onderwijs, in de verpleging of richting maatschappelijk werk (jeugdhulpverlening).

Het liep anders, want ik werd ambtenaar bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ik heb mij voornamelijk bezig gehouden met studie- en beroepskeuze, scholingsmaatregelen en arbeidsbemiddeling.

Rond mijn 30e jaar leerde ik mijn echtgenoot kennen en zijn wij na een poosje vanwege het werk van mijn echtgenoot van het westen naar het zuiden van Nederland verhuisd. Ik raakte hierdoor mijn baan kwijt. Ik kreeg twee kinderen en ben zelf voor de kinderen gaan zorgen.

Toen de kinderen naar de basisschool gingen ben ik gaan nadenken over een stuk toekomstperspectief voor mezelf. "Kies ik ervoor om weer te gaan werken of toch nog een studie te gaan volgen" waren de vragen die mij bezig hielden. Op het moment dat ik met een griepje op bed lag reikte mijn echtgenoot mij een aantal tijdschriften aan die hij tijdens het doen van de boodschappen voor mij had gekocht. Het klinkt misschien raar, maar op het moment dat ik in alle rust was en mijn hoofd er niet mee bezig was stond er in een van de tijdschriften een advertentie van de opleiding die ik ben gaan volgen: de SPSO, Stichting voor psychosociale opleidingen. Tegenwoordig draagt deze opleiding de naam: Academie voor integrale menswetenschappen, te Utrecht. Door deze opleiding zou ik een persoonlijke ontwikkeling kunnen gaan doormaken voor een verdere groei en ontwikkeling.

Ik ging, geheel onbewust, verder met mijn levensscript. Tijdens de opleiding bleek dat ik geschikt was voor het counsellingsvakgebied. Achteraf verbaasde mij dit niet, want ik deed dit al jaren in mijn omgeving. Ook op mijn vroegere werkplek werd mij vaker gezegd dat ik thuis hoorde in het maatschappelijk werk.

De reden dat ik gekozen heb voor een eigen praktijk is dat ik met de hulpverlening zelf bezig kan zijn.

Vraag 3. Met wat voor soort mensen werkt u en wat mankeren deze mensen.

Antwoord op vraag 3.
Ik geef begeleiding aan: De categorieën cliënten die steeds vaker komen zijn:

Vraag 4. Hoe gaat u om met de verschillende problemen van die mensen?

Antwoord op vraag 4
Het is niet eenvoudig om in een paar zinnen het counsellingsvak samen te vatten. Het komt op het volgende neer:
Ik werk vanuit de behoefte van de cliënt. Ik begin door goed te luisteren. In de loop van de sessies bouw ik een beeld op van cliënt door vragen te stellen van allerlei aard over het verleden, het heden en het stuk toekomstverwachting. Ik ga als het ware door alle ontwikkelingsfasen heen van de cliënt. Samen met de cliënt probeer ik de hulpvraag duidelijk te krijgen. Van daaruit werk ik samen met de cliënt verder aan de problematiek vanuit zijn / haar behoefte.

Tijdens een sessie vat ik samen, geef ik reacties terug en probeer ik orde te scheppen in de chaos. Meer over psychosociale begeleidng en de werkwijze is te vinden op Wat is psychosociaal? en Wat is counsellen?

Vraag 5. Zijn uw cliënten wel eens agressief naar u?

Antwoord vraag 5.
Ik heb een keer een cliënt gehad die vertelde dat het thuis en in zijn omgeving niet zo goed liep met communiceren. De cliënt kon snel boos worden. Dit is voor mij een signaal dat de cliënt ook met mij kan gaan botsen. Ik maak dit bespreekbaar met de cliënt en ik vraag aan de cliënt om aan te geven als deze boosheid of andere emoties voelt opkomen.

Vraag 6. Zo ja, hoe gaat u hiermee om?

Antwoord op vraag 6.
Er kunnen meerdere oorzaken zijn voor agressief gedrag van cliënten. Achter agressie kan heel veel boosheid en / of verdriet schuilgaan. Ook kunnen cliënten zich onbegrepen voelen. Sommige cliënten kunnen zich niet goed uitdrukken door een bepaalde ziekte. Het kan ook zijn dat zij niet goed kunnen communiceren doordat zij een vreemde taal niet goed kunnen spreken. Agressie kan ook samengaan met een stoornis die de cliënt heeft.

Ik zie de agressie van de cliënt als een deel dat bij de cliënt hoort en ik laat het niet een deel van mijzelf worden. Met andere woorden: ik ga er niet in mee. Ik probeer er achter te komen hoe het komt dat de cliënt zo reageert door het stellen van vragen. Ik probeer er achter te komen of het komt doordat het niet klikt tussen ons of dat ik iets in de cliënt wakker maak.

Verder maak ik het bespreekbaar door bijvoorbeeld het stellen van de volgende vraag: "Het lijkt wel of u boos bent". Zo ga ik verder tot ik een beeld hiervan heb opgebouwd.

Vraag 7. Als er met iemand moeilijk te communiceren valt, hoe lost u dit dan op?

Antwoord op vraag 7.
In eerste instantie geef ik dit de ruimte. Ik verken of de oorzaak ligt in het feit dat het tussen ons niet klikt. Zo niet, dan probeer ik er achter te komen wat de oorzaak is dat het communiceren niet goed loopt.

Ook in deze situatie probeer ik een beeld op te bouwen van de levensfasen van de cliënt. Hoe is de cliënt opgegroeid. Hoe is de verdere groei en ontwikkeling van de cliënt verlopen. Hoe staat de cliënt hier nu mee in zijn / haar omgeving. Goed observeren tijdens de gesprekken.

Ik zoek ook naar mogelijkheden om met de cliënt te communiceren.

Ik maak hierbij ook gebruik van alternatieve vormen van therapie, zoals het therapeutisch tekenen. Ik vraag de cliënt of deze een tekening zou willen maken. Ik geef de cliënt een opdracht om een bepaalde situatie in zijn leven te tekenen.

Vraag 8. Wat zijn vaak de oorzaken van agressie?

Antwoord op vraag 8.
De oorzaken voor het hebben van agressief gedrag kan bij de mens ontstaan zijn in de vroege jeugd. Als kind zijn zij ofwel niet begrensd ofwel verkeerd begrensd. Een goed voorbeeld hiervan is het televisieprogramma: de opvoedpolitie. Hierin is onder andere te zien dat kinderen niet worden begrensd of niet goed worden begrensd. De kinderen krijgen geen goede structuur aangereikt en leren geen beheersing [1]

Een kind kan een stuk agressie hebben meegekregen, nature, bijv. samenhangend met een stoornis. Onder nature wordt verstaan alles wat een kind heeft meegekregen voor de geboorte aan talenten, erfelijke kenmerken etc. Een kind kan een stuk agressie in de opvoeding hebben opgedaan (nurture). Nurture is het stuk vanaf de geboorte, de opvoedingssituatie. De ontstane agressie kan ook door de combinatie van nature en nurture worden veroorzaakt.

Ook tot de mogelijkheden voor het ontstaan van agressie behoren o.a. het hebben van trauma's en het hebben van hechtingsproblemen. Zie verder antwoord op vraag 6.

Vraag 9. Hoe denkt u over zinloos geweld?

Antwoord op vraag 9.
Ik vind het betreurenswaardig dat iemand, zie vraag 8, door het hebben van een kort lontje zoveel schade kan aanrichten bijvoorbeeld door het niet openstaan of bereikbaar zijn voor directe hulp. Zij blokkeren anderen om hulp aan te bieden.

Voorlichting aan bijvoorbeeld scholen

Tegen een kleine vergoeding ben ik bereid om op scholen over mijn psychosociale vakgebied te vertellen.

Verwijzingen en boeken

[1] Boek: hechtingsstoornissen, orthopedagogische behandelingsstrategieen, Dr. G. de Lange, Uitgave Dekker & van de Vegt, Assen van Gorcum, Assen/Maastricht. 1991.

Reacties en vragen

U kunt mij een reactie of een andere vraag sturen door de onderstaande velden in te vullen. Daarna drukt U op de knop "klik hier om te versturen". Ik probeer U zo spoedig mogelijk een reactie te geven.

(wordt alleen gebruikt indien email adres niet werkt)


(dit is om spam te voorkomen)